Rigdzin Dzogchen Ling
← Alle nieuwsberichten
Düdjom Tersar Chö: wekelijkse beoefening op zondag

Actueel

Düdjom Tersar Chö: wekelijkse beoefening op zondag

Elke zondag samen doorsnijden wat ons vasthoudt

Elke zondag om 11.00 uur komen we bij Dzogchen Ling samen voor de wekelijkse groepsbeoefening van Chö uit de Düdjom Tersar-traditie, aan de Hoofdweg 727 in Hoofddorp. Of je de beoefening al goed kent of juist kennis wilt maken met deze lijn: je bent welkom om mee te doen.

Wat is Chö?

Het Tibetaanse woord Chö betekent letterlijk "doorsnijden". Het is een Vajrayana-beoefening die de wortel van ons lijden doorsnijdt: het vastklampen aan het ego en het dualistische grijpen. In plaats van onze angsten, innerlijke demonen en obstakels te vermijden, leert Chö ons ze tegemoet te treden en te transformeren door mededogen en vrijgevigheid.

Wat wordt afgesneden is niet het lichaam, en het zijn ook niet de demonen uit de verhalen. Het is de aanname dat er een ik is dat beschermd moet worden.

Machig Labdrön

De beoefening gaat terug op Machig Labdrön, een Tibetaanse vrouw uit de elfde eeuw. Haar lering is de enige die in Tibet ontstond en daarna terug naar India werd gebracht, wat in die tijd ongehoord was. Zij bracht de leegte-leringen van de Prajñāpāramitā samen met een instructie die zo praktisch is dat je er meteen mee aan de slag kunt.

De beoefenaar roept in de verbeelding alles op wat honger heeft: wezens, krachten, schuldeisers uit vorige levens. Vervolgens biedt hij zijn eigen lichaam aan, in stukken, zonder iets achter te houden. Vrijgevigheid wordt hier doorgetrokken tot het punt waar wij normaal stoppen.

Klassiek wordt Chö beoefend op plaatsen waar mensen liever niet komen: lijkenvelden, kruispunten, bergpassen bij nacht. Dat is geen theater. Angst is het werkmateriaal, en angst laat zich in een warme meditatiezaal moeilijk oproepen.

De Düdjom Tersar en Düdjom Lingpa

Onze beoefening volgt de Düdjom Tersar, de "Nieuwe Schatten van Düdjom". In de Tibetaanse traditie is een terma een verborgen lering die door meesters uit het verleden werd weggelegd, bedoeld om ontdekt te worden op het moment dat zij het hardst nodig is.

Deze terma's werden onthuld door Düdjom Lingpa (1835 - 1904), een zeer vereerde Tibetaanse meditatiemeester en tertön (schatvinder). Omdat deze leringen betrekkelijk recent zijn ontdekt, wordt gezegd dat ze een "warme adem" dragen: de overdracht is vers en direct, en sluit aan bij de wereld waarin wij nu leven.

Samen beoefenen met instrumenten

Chö is een beoefening waarin lichaam, spraak en geest alle drie meedoen. Tijdens onze zondagsessies beoefenen we als groep: we reciteren de Tibetaanse tekst en spelen daarbij de rituele instrumenten.

De Chö-trommel (damaru) en de bel (drilbu) worden samen gespeeld om het ritme van de recitatie te dragen, als symbool van de ondeelbare eenheid van vaardige middelen en wijsheid. De kangling, de trompet van dijbeen, wordt geblazen om alle wezens, geesten en eigen obstakels op te roepen en uit te nodigen voor een feestmaal van mededogen, en om ons te herinneren aan de vergankelijkheid van het lichaam.

Deze elementen samen scheppen een krachtige, resonerende sfeer. Het gezamenlijke geluid van de recitatie en de instrumenten snijdt door het gewone denken heen en ondersteunt de meditatie en de gedeelde energie in de groep.

Voor het eerst meedoen

Iedereen is welkom, ook zonder ervaring met Chö. Laat het ons weten via info@rigdzin.nl als je voor het eerst komt, dan zorgen we dat er een tekst en instrumenten voor je klaarliggen. Je hoeft verder niets mee te nemen, en de beoefening leer je vooral door mee te doen: de melodie, de trommel en het ritme van de groep wijzen vanzelf de weg.

De zondagbeoefening staat naast het wekelijkse Ngöndro-onderricht op zaterdag. Beide staan op de pagina Programma.