Rigdzin Dzogchen Ling
← Alle termen

Fundament

Samsara

Tibetaans: khorwa ('khor ba) · Sanskriet: saṃsāra · Engels: Samsara

Samsara is de kringloop van bestaan: steeds opnieuw geboren worden, leven en sterven, voortgedreven door karma en verwarring over wie en wat we zijn.

Samsara is de kringloop van bestaan: geboren worden, leven, sterven en opnieuw geboren worden, steeds weer, voortgedreven door karma en door verwarring over wie en wat we eigenlijk zijn. Het Sanskrietwoord betekent zoiets als "rondgaan". Het Tibetaanse khorwa zegt hetzelfde: ronddraaien. Het beeld is dat van een wiel dat blijft draaien zolang niemand het stilzet.

Een wiel, maar vooral een toestand van de geest

De traditie beschrijft zes werelden waarin wezens geboren kunnen worden: die van goden, halfgoden, mensen, dieren, hongerige geesten en hellewezens. Op Tibetaanse schilderingen van het levenswiel staan ze naast elkaar afgebeeld, met in het midden een haan, een slang en een varken. Begeerte, afkeer en onwetendheid. Zij houden het wiel in beweging.

Je kunt die werelden letterlijk opvatten, en in de Tibetaanse traditie gebeurt dat ook. Maar de leraren wijzen er steeds op dat je ze ook in je eigen dag kunt herkennen. De onrust van iemand die altijd meer wil. De kramp van jaloezie. Een woede die alles kleurt. Samsara is dan geen plek ergens ver weg. Het is de manier waarop een geest die zichzelf niet kent, steeds weer dezelfde kant op wordt getrokken.

Daarom hoort samsara in het Nyingma-onderricht ook niet bij een buitenwereld waar je uit moet ontsnappen. Samsara en nirvana hebben volgens Dzogchen dezelfde grond. Het verschil zit in herkenning. Wie de eigen aard van de geest niet herkent, draait rond. Wie hem herkent, is vrij. Dat klinkt eenvoudig, en dat is het ook, maar het is niet makkelijk.

Waarom je erover nadenkt

Het lijden van samsara is de vierde van de vier gedachten die de geest naar de Dharma keren, de overdenkingen waarmee de Ngöndro opent. Eerst het kostbare mensenleven, dan vergankelijkheid, dan karma, en tot slot dit: dat geen enkele plek binnen de kringloop blijvende rust geeft. Ook de prettige niet. Geluk binnen samsara is echt, maar het houdt geen stand, en het kost moeite om het vast te houden.

Dat is geen oproep tot somberheid. Het doel is een nuchtere vorm van afkeer, in het Tibetaans ngé jung: het besef dat het zo niet eindeloos door hoeft te gaan, en de wens om eruit te komen. Zonder dat besef blijft beoefening al snel een hobby naast al het andere. Met dat besef krijgt ze richting.

Bij Rigdzin Dzogchen Ling komt het lijden van samsara elke zaterdag aan bod, samen met de andere drie gedachten, aan het begin van de Düdjom Tersar Ngöndro-les in Hoofddorp. Je hoeft er niets over te weten om aan te schuiven. Dat is juist waar de les voor is.

Gerelateerde termen