Fundament
Toevlucht nemen
Tibetaans: kyabdro (skyabs 'gro) · Sanskriet: sharanagamana · Engels: Taking refuge
Toevlucht nemen is je richten op de Boeddha, de Dharma en de Sangha als dat waar je werkelijk op vertrouwt: de stap waarmee iemand het boeddhistische pad binnengaat.
Toevlucht nemen is je richten op de Boeddha, de Dharma en de Sangha als dat waar je werkelijk op vertrouwt. Het is de stap waarmee iemand het boeddhistische pad binnengaat, en in het Tibetaans boeddhisme tegelijk de eerste van de vijf bijzondere voorbereidingen van de Ngöndro. Het Tibetaanse woord is kyabdro, letterlijk "naar bescherming gaan". Die tweede helft van het woord telt. Er zit beweging in: toevlucht is niet iets wat je bezit, het is iets wat je doet, en wat je blijft doen.
Bescherming waartegen?
Bij het woord toevlucht denken veel mensen aan wegvluchten, aan een schuilplaats waar niets je meer kan raken. Zo is het niet bedoeld. Wie toevlucht neemt wordt niets bespaard. Je wordt nog steeds ziek, je verliest nog steeds mensen van wie je houdt, en het leven wordt er niet overzichtelijker op.
Waar het wel om gaat, is de manier waarop we op die dingen reageren. Het najagen van wat prettig is en het wegduwen van wat dat niet is, jarenlang, zonder ophouden: daar wordt gewoon ongemak pas echt lijden van. Daartegen biedt de Dharma bescherming, en tegen niets anders.
Ondertussen nemen we allemaal al ergens toevlucht, meestal zonder het zo te noemen. In werk dat goed loopt, in een relatie, in gezondheid, in geld, in gelijk krijgen. Daar is niets mis mee, en het is ook niet zwak. Het is alleen dat geen van die dingen draagt wat we eraan ophangen. Ze veranderen, en dan sta je met lege handen. Toevlucht nemen in de Drie Juwelen is de nuchtere erkenning daarvan, en de keuze om je op iets te richten dat niet meebeweegt met de omstandigheden.
Toevlucht in de Ngöndro
In de Düdjom Tersar Ngöndro is toevlucht de eerste beoefening, en zij gaat samen met prostraties. Je visualiseert het toevluchtsveld: de lijnvoering, de leraren, de boeddha's en de teksten, allemaal tegenwoordig, en je gaat met je hele lichaam naar de grond. Honderdduizend keer.
Dat is niet symbolisch bedoeld. Prostraties zijn het antwoord van het lichaam op wat de geest heeft besloten, en ze doen precies wat trots niet wil: ze zetten je lager dan datgene waar je je op richt. Op koude ochtenden waarop je geen zin hebt merk je dat dat werkt.
Wat blijft, is de richting. Aan het begin van elke beoefening nemen we opnieuw toevlucht, in een paar regels tekst. Kort, dagelijks, en het stelt de koers steeds opnieuw in.
Bij Rigdzin Dzogchen Ling komen we hiervoor elke zaterdag samen in Hoofddorp. Wie eerst wil zien wat de beoefening inhoudt, kan gewoon meedoen; wie formeel toevlucht wil nemen bij een leraar, kan dat aangeven.
Dit beoefenen wij
Elke zaterdag beoefenen we toevlucht en prostraties in de Düdjom Tersar Ngöndro-les »